Lust door Arabische ogen

| Door: Tarik Fadili |
Terwijl in de Arabische wereld nog steeds een taboe heerst op homoseksualiteit, is in de Arabische literatuur een lichte verschuiving waarneembaar. Romans waarin homoseksualiteit voorkomt gingen vroeger aan censuur ten onder, maar leiden tegenwoordig bij verschijning hooguit tot ophef. Toch droeg censuur in het verleden ook bij aan de lyrische kwaliteiten van de Arabische literatuur.
Vorig jaar verscheen het derde boek van de 35-jarige in Parijs wonende schrijver Abdellah Taïa. Zijn boek – Broederliefde – is een lichte aanklacht tegen de manier waarop in Marokko met homoseksualiteit wordt omgegaan. Hoewel Taïa de eerste Marokkaanse schrijver is die onverholen voor zijn geaardheid uitkomt, werd homoseksualiteit al beschreven in de oud-Arabische literatuur. Vaak op het perverse af.
Wijngedichten
Het verschijnsel knapenliefde vind je bijvoorbeeld terug in het homo-erotische werk van de achtste-eeuwse dichter Aboe Noewas (Bagdad, gestorven circa 815). Zijn wijngedichten, en ook die van Al-Djaahiz en talloze andere dichters, illustreren dat Arabieren de liefde vooral als een fysieke bezigheid beschouwden. Zo heeft een dichter eens over zijn mannelijke slaaf gezegd: Mijn leven offer ik je! Wij hebben je opzettelijk gekozen, omdat je niet bloedt en broedt.*
In zijn boek 'Een Arabische tuin' (Bulaaq, 2000) legt Geert Jan van Gelder haarfijn uit wat de islam zegt over homoseksualiteit in gedichten, en hoe naasten van de profeet over mannenliefde dachten. Verzen waarbij de knaap of de vrouw worden bezongen, zijn ‘officieel’ verboden in de Islam. Desondanks werden antireligieuze verzen getolereerd en hebben ze eeuwen later een immense populariteit verworven. Dichters in kwestie konden zich beroepen op een vers uit de koran, dat hen in principe vrijwaarde (Koran, 26:224-225): ‘Ziet u niet dat zij [de dichters] in iedere vallei smachtend rondlopen, en dat zij zeggen wat zij niet doen?’ En dan met name de nadruk op: ‘zij zeggen wat zij niet doen?’ Maar ook hier valt over te twisten, want ook streng godsdienstige tegenstanders van poëzie konden zich beroepen op dit passage.
Homoseksualiteit werd, volgens van Gelder in sommige kringen, mits niet te openlijk bedreven, normaal bevonden. Precies zoals vandaag de dag het geval is in de Arabische wereld, homo zijn kan, als je je er maar niet openlijk over uitspreekt.
Islam
Pas na de komst van de strenge wetgeving van de islam kwam er verandering in die zienswijze. Homoseksualiteit werd vanaf dat moment als overspel beschouwd in het strafrecht. Die nieuwe houding vond haar weerslag in de literatuur. Het mag best gezegd worden; de strenge wetgeving van de islam en het verplicht dragen van een sluier hebben juist tot die kwaliteiten geleid waar de Arabische literatuur vandaag de dag om geroemd wordt: haar gebruik van metaforen, haar lyriek en bovenal haar versluierd taalgebruik.
Censuur kan ook zijn voordelen hebben en de creativiteit bevorderen, zo beaamde Omar Nahas, auteur van 'Homo en moslim - hoe gaat dat samen?' in een eerder interview. "Je kan bijvoorbeeld in plaats van twee zoenende mannen, twee mannenschoenen een paar laten vormen. In films en in literatuur kun je boodschappen versluieren." En toegegeven, de kwaliteit is er in de Arabische literatuur, sinds het neerdalen van de Islam niet minder op geworden.
Schaamteblos
Ook in de moderne Arabische literatuur wordt over (homo-)seksualiteit gesproken. Een goed voorbeeld is het controversiële en omstreden boek van de in 2003 overleden schrijver Mohammed Choekri. (Tanger, 1935) Zijn boek, 'Hongerjaren', schetst een Marokko van drank, drugs, seks, prostitutie, en geweld. De reactie van de overheid – het boek werd jarenlang verboden en verscheen pas in 2000 – karakteriseert Marokko als een land van schaamte en hypocrisie. Met Hongerjaren bezorgt Choekri zijn vaderland een schaamteblos op de wangen.
Het is duidelijk dat met de komst van de islam er een taboe is ontstaan op homoliteratuur. Maar langzamerhand is er een verschuiving richting bevrijding gaande. Hoewel schrijvers nog steeds in hun ‘optimale vrijheid’ worden beperkt, leiden romans van Choekri en Taïa tegenwoordig hooguit tot veel ophef.
Uit: Rond voor rond of als een pikhouweel, Hafid Bouazza*
bron: http://www.tarikfadili.nl/



